|
beschrijving:
Een signaal dat aan de analoog-ingang van de kaart ligt zal door middel van een AD-convertor in een 8, 10, 12, of meer bit breed digitaal signaal omgezet worden. De data-uitgangen worden in een routine van de computer uitgelezen en verderverwerkt. De registratie van de wisselsignalen hangt vooral van de max. Abtastraten van de convertor af. Hoe vaker een signaal binnen een periode afgetast wordt, des te nauwkeuriger is het reptroduceerbaar.Om fouten te vermijden, zouden de abtasraten minstens dubbel zo hoog als de max. frequentie van het analoge signaal moeten zijn. (Voorbeeld: CD-speler 44,1kHz). Belangrijk is altijd met het kleinst mogelijke maatbereik te werken (zie ook de oplossing). Een D/A-kaart gaat de omgekeerde weg. Zij leest data van de databus van de computer en zet die in analoogwaarden om.Binnen een bepaald bereik kan zo een spanning of een stroom uitgegeven worden. (voorbeeld :soundkaart). Onze A/D en D/A -kaarten kunnen zowel unipolair als ook bipolair geschakeld worden, dat betekent dat ze ofweleen bereik van nul tot een voorgegeven waarde bevatten of uitgeven, ofwel ook in bipolare werking zowel positieve als ook negatieve Spanningen en stromen meten en opwekken. Bovendien leveren wij ook Kombikaarten, die zowel een A/D- als ook een D/A-deel bezitten.
inzetgebieden:
A/D- en D/A-kaarten vinden hun inzet vooral in de processturing, procesbewaking, bij metingen in het labo en bij metingen met bijzondere tijdelijke voorgiften, dus bij de protokolering en verwerking van metingen op lange tijden, maar ook bij de registratie van tijdskritische maatwaarden, die bijzonder snel ingelezen moeten worden en bij simultane registratie van meetwaarden en tijdpuntvan de meting. In kombinatie passen de kaarten ter regeling van procesaflopen en voor procesautomatisering overal waar in het proces op uitwendige voorwaarden flexibel moet gereageerd worden. Als allround-kaart bieden wij de MFB51-kaarte aan, die 16 A/D- en vier D/A-kanalen met elk twaalf Bit oplossing, 24 TTL-I/Os en een programmierbare ingangsversterker met tot 100-voudige versterking verenigt. Door de versterker zijn metingen ook in het millivoltbereik en de aansluiting met een temperatuurvoeler mogelijk.
glossarium:
Meetwaarderegistratie: Voor de verschillende inzetgebieden leveren wij kaarten met een verschillende oplossing en met verschillende snelheden. In het A/D-bereik is onsze aanbieding van de Low-Cost-oplossing met acht Bit oplossing en 16 kanalen, tot op High-End-kaarten zoals de AD16 met tot 15 Bit nauwkeurigheid bij 16 Bit oplossing.
Sturing: Ook hier leveren wij een breed palet van verscheidene kaarten voor uw gebruik. Vele van onze A/D-kaarten bevatten ook een D/A-deel, als aparte oplossing bieden wij de DAC16BitDUAL-kaart met twee kanalen aan, die met zestien Bit oplossing wordt bedreven, en de DAC-4 U/I-kaart met vier kanalen, die vier galvanisch gescheiden kanalen biedt.
Temperatuurmeting: Onze kaart MFB51 bevat een ingangsversterker, die met tot 100-voudige versterking de directe aansluiting van een eenvoudig thermo-element mogelijk maakt.
Auflösung: De oplossing van een kaart geeft aan hoe fijn het meet- of uitgavebereik onderverdeeld is. Bij een oplossing van acht Bit bvb.wordt het bereik in 2 = 256 delen onderverdeeld. Bij een meetbereik van nul tot vijf Volt betekent dit dat het bereik in stappen van 5V/256=19,5 Millivolt aangesproken kan worden (ter vergelijking: Bij 16 Bit oplossing bereikt u een onderverdeling van hetzelfde bereik in stappen van 0,076 Millivolt). Let er wel op dat u, als u niet het volle meetbereik gebruikt, een geringere nauwkeurigheidkan verwachten. Heeft u bvb. het meetbereik op ±10 V ingesteld en u meet inderdaad enkel in het bereik van -1 tot1V,dan bereikt u bij een oplossing van 8 bit effektief maar een onderverdeling in 2V(20V/256)=25 stappen. U kiest daarom beter een bereik die zo goed mogelijk de werkelijk te meten meetwaarden nakomt.
Lineariteit: De Lineariteit van een kaart geeft aan, hoeveel bits van de oplossing met zekerheid betrouwbaar zijn. Heeft bvb. een kaart een oplossing van 16 Biten een lineariteit van 14 Bit (dit komt overeen met een tolerantie van ±2 LSB), dan heeft die bij een meetbereik van ±10 V een meetonzekerheid van 20V/2 16*3 = ±0,92 mV als gevolg. Om de ontstane fouten zo gering mogelijk te houden, moet u het meetbereik en de te meten spanning even groot als mogelijk is, kiezen.Gebruikt u het meetbereik van +/- 10V volledig, dan verschijnt er bij een kaart met de bovengenoemde specificaties een fout van maar 0,005 %. Meet u in hetzelfde meetbereik daarentegen maar spanningen van ±1 V,dan krijgt u al een fout van 0,05 %.
Galvanische scheiding: Bij galvanisch gescheiden aansluitingen bestaat er geen leidende verbinding tussen de aansluitingen onderelkaar en tot de computer.Er kunnen ook andere apparaten met een ander potentiaal aan de kaart aangesloten worden, bovendien wordt een vernietiging van de computer door spanningen vanbuiten af vermeden. Tot welk potentiaal, op de computer betrokken, onze kaarten als veilig kunnen worden beschreven, staat telkens in de technische data.
DC/DC-convertor: Dit bouwdeel dient voor onze kaarten als enige stroombronin de pc.Daardoor wordt een zeer goede constante van de uitgangssignalen en de meetwaarden bereikt, die hoge precizie van onze kaarten wordt pas door het gebruik van een hohe Präzision unserer Karten wird erst durch die Verwendung eines DC/DC-convertor mogelijk gemaakt.
Unipolar: Bij unipolare werking kunnen kaarten enkel waarden metz een positief voorteken registreren of uitgeven(bij.nul tot vijf Volt).
LSB: Bit met lage waarde en binair signaal.
Bipolar: Bij bipolaire werking kunnen de kaarten waarden met positieve of negatieve waarden registreren of uitgeven.(z. B. -2,5 bis +2,5 Volt).
Single-ended: bij de Single-ended-werking delen de meetaansluitingen een gemeenschappelijke massa.
Differential-ended: Bij de Differential-ended-werking beschikt elke in-/en uitgang over twee eigen aansluitingen. Dit is belangrijk bij de registratie van waarden met een verschillnd potentiaal. In tegenstelling tot de werking van galvanisch gescheiden meetingangen zijn het potentiaal tot de computer wel nauwe grenzen gezet.
|